Op maandag 22 juni 1934 kreeg Ferdinand Porsche (3 september 1875 – 30 januari 1951) het groene licht van de toenmalige ‘Duitse rijksassociatie der automobielindustrie’ om de Volkswagen te ontwikkelen en bouwen.
Naar aanleiding van deze 75ste verjaardag opent het Porsche-museum morgen 22 juni een unieke tentoonstelling over de ontwikkeling en productie van de Vokswagen Kever aan de hand van unieke tijdsbeelden en prototypes.
Tijdens de economisch moeilijke jaren ’30, broeiden de meeste grote autoconstructeurs op de idee om een goedkope auto voor de grote massa te bouwen. Zo ook ingenieur Ferdinand Porsche die reeds tal van ontwerpen had gecreëerd voor diverse constructeurs. Zijn project voor de bouw van een kleine ‘volksauto’ werd door het Duitse Rijksministerie van Transport uitgekozen. De Volkswagen Kever was geboren!
Tussen 1934 en 1938 werden diverse prototypes gebouwd waarvan de eerste op 3 juli 1935 door Porsche werd voorgesteld onder de naam ‘V1′. De ‘V stond voor ‘Versuchswagen’ ofwel testauto. Het tweede prototype, de ‘V2′ werd later dat jaar (december) voorgesteld en was een studiemodel voor een cabriolet-versie.
In 1937 werd een serie van 30 prototypes gemaakt, de ‘VW30’. De ‘VW38′ (1938) zou uiteindelijk het prototype worden dat na uitgebreide tests als basis zou gelden voor de latere productieauto.
De wagen verscheen op de markt met een prijskaartje van slechts 990 Reichsmark waardoor de aanschaf in ieders bereik zou liggen. De toenmalige Duitse machtshebbers gaven de wagen de naam ‘KdF-wagen’ mee verwijzend naar de ‘Kraft durch Freude-organisatie’ onder het Duitse gezag.
Geïnteresseerde kopers werden gelokt met de ‘spaarkaart’. Een spaarmethode waarbij je wekelijks 5 Reichsmark spaarde voor de aanschaf van de wagen. Maar met het uitbreken van de oorlog kwam echter niemand van de 340.000 spaarders ertoe om de spaarkaart vol te krijgen. Hierdoor werd geen enkele Volkswagen verkocht.
Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Porsche militaire varianten van de Volkswagen. Het bekendste voorbeeld is de ‘Kübelwagen’, de amfibische ‘Schwimmwagen’ en de 4-wielaangedreven ‘Kommandeurwagen’. Na de oorlog werd de ‘burgerversie’ van de KdF-Wagen opgestart onder de naam Volkswagen. De wagen werd geproduceerd in de gedeeltelijk verwoeste fabriek in Wolfsburg. De ‘Kever’ werd sindsdien een van de meest geproduceerde auto’s aller tijden met maar liefst 21,5 miljoen exemplaren. De laatste Volkswagen Kever rolde in 2003 in Mexico van de band.
Reactie toevoegen